Verdachte

Het Wetboek van Strafvordering formuleert de omschrijving van de verdachte in artikel 27 als volgt:

Lid 1: Als verdachte wordt vóórdat de vervolging is aangevangen, aangemerkt degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan eenig strafbaar feit voortvloeit.


Lid 2: Daarna wordt als verdachte aangemerkt degene tegen wien de vervolging is gericht.


Elke verdachte heeft bepaalde rechten. Dit is geregeld in het Wetboek van Strafvordering (Eerste Boek, titel II).


Deze rechten zijn onder andere:


• Het recht op een zelfgekozen raadsman
• Het recht op contact met zijn raadsman 
• Het recht om te zwijgen
• Het recht om kennis te nemen van de processtukken (toegang tot sommige stukken kan echter geweigerd worden indien het belang van het onderzoek dat vordert)